mardi 13 décembre 2022

Linx+ Luik anders bekeken

Met kant en klare stadswandelingen serveert Linx+ ons de geschiedenis van de gewone man en vrouw.  Ziehier mijn andere kijk op de Vurige Stede Luik. La ‘Cité Ardente’ is de titel van een historische roman van 1904 van graaf Henry Carton de Wiart. En dat vuur is de brand die Luik verwoestte in 1468, op aanstoken van Karel de Stoute. Albert I, dan nog prins, neemt die formule over in zijn openingsspeech van de Internationale tentoonstelling van 1905. Wij eindigen onze wandeling aan de Montagne de Buren, waarlangs de 600 Franchimontezen verondersteld werden Karel de Stoute  te verrassen.

Les Guillemins : een kunstwerk, geen station !

Men zou met enige goede wil in de totaalinstallatie van licht en kleur van conceptuele kunstenaar Daniel Buren in het dak van het station Liège-Guillemins een verwijzing kunnen zien naar die vurige stede. Maar de kunstenaar installeerde gelijkaardige installaties elders, zoals in 2016 met zijn «Observatoire de la lumière » voor de stichting Louis Vuitton. Nog tot half oktober 2023

Steve Stevaert en de Waalse minister van Economie, Jean-Claude Marcourt wilden het station "Liège-Limburg" noemen. Het is eigenlijk meer een kunstwerk als een station. De toparchitect Calatrava. Calatrava zegt het zelf: "Als men in het station staat is men het kunstwerk binnengedrongen." 

Voor dit station werd een hele wijk afgebroken, onder andere omdat Calatrava een esplanade wilde met een waterpartij tot aan de Maas. Tot zijn groter ergernis bouwde Fedimmo een gebouw dat zijn station in de schaduw stelt. Calatrava procedeerde jarenlang tegen het architectenbureau Jaspers-Eyes, maar in 2016 verwierp de Staatsraad zijn beroep.

Zestig jaar geleden werd het vroegere station vernield door 1.000 stakers na een toespraak van de stakingsleider André Renard op de place Saint Paul - waar wij straks passeren. Het station was

het vreogere station 60-61
nagelnieuw. Op 6 januari 1961 was de staking 3 weken oud. Het was koud en de eindejaarsfeesten waren moeilijk geweest voor de stakersfamilies. De spanning steeg en het aantal stakers was nooit zo hoog geweest. Alle elementen waren verenigd om er een explosieve situatie van te maken.

De rue du Paradis langs de esplanade verwijst naar een koolmijn met die toepasselijke naam. De mijnverzakkingen bedreigden de sjieke art-nouveau gebouwen die er rond 1880 werden gebouwd tussen de oude stad en het nieuwe station. De burgerij eiste en verkreeg de sluiting!

Zie hiervoor mijn blog

http://huberthedebouw.blogspot.be/2015/06/het-calatravastation-van-de-guillemins.html

La Belle Liégeoise op de nieuwe as van het station naar een winkelcentrum

De voetgangersbrug  la ‘Belle Liégeoise’ brengt ons naar het Boverie-eilandje  Die schoonheid is Théroigne de Méricourt, die een rol(letje) speelde in de Franse revolutie. Baudelaire schreef in zijn Fleurs du Mal : « Avez-vous vu Théroigne, amante du carnage, / Excitant à l’assaut un peuple sans souliers, / La joue et l’œil en feu, jouant son personnage, / Et montant, sabre au poing, les royaux escaliers ? ». Theroigne wordt vandaag naar voor geschoven als een protofeministe.

Op het Boverie-eilandje duwde de sterarchitect Rudy Ricciotti zijn glazen structuur in wat de feestzaal was van de wereldtentoonstelling van 1905. In de rozentuin daarachter staat het standeeld van Jef Lambeaux ‘le faune mordu’.  Na een campagne van de  katolieke "Gazette de Liège" erd  het standbeeld eerst afgevoerd maar later door de stad teruggekocht. Lambeaux  maakte ook het paviljoen van de menselijke driften in een gebouw van Horta in het Jubelpark. Het paviljoen is nog altijd gesloten voor het publiek. In Sint Gillis bleef zijn "Godin van de Bocq " in de kelders staan tot in 1976 (llb 29 novembre 2008).

Een Mediacité op de plaats van een blikfabriek

De stad wil in het kader van de stadvernieuwing een nieuwe as creëren die van het station naar het winkelcentrum Mediacité leidt.  Daar stampte in 1747  de familie Dothée een blikfabriek uit de grond. In 1862 wordt de fabriek opgeslorpt door de Société des Charbonnages et Hauts-Fourneaux de l’Espérance die de naam Espérance-Longdoz aanneemt. De hoofdzetel is in Longdoz. Ik werkte van 1979 tot 2003 in Ferblatil waar nog altijd blik vertind wordt. De walsen in de Dothée verdwijnen in 1957 wanneer Espérance-Longdoz met zijn koudwalsen naar Jemeppe trekt en met zijn nieuwe

staalfabriek naar Chertal in 1963. In Longdoz worden de platen nog verknipt en verpakt tot de totale sluiting in 1984. La Maison de la Métallurgie et de l’Industrie de Liège (Mmil) is een vroeger fabrieksgebouw van  Dothée. Een ingenieur van Espérance-Longdoz, Léon Willem, begon er in 1961 een klein museum.

Oscar Englebert begint er ook banden te produceren. Englebert verhuist in 1965 naar de Hauts Sarts waar ik een week werkte na mijn verhuis naar Luik en later de arbeiders van drie herstructureringen kon begeleiden. Daar was ook de fabriek van Colgate-Palmolive, die ook in de Hauts Sarts, bij mij achterin, is terechtgekomen (en ondertussen gesloten in 2013).

In de jaren1970 lanceert Luik zijn strategie van tertiarisatie voor Longdoz met o.a. Ecole Supérieure d’Action Sociale (HELMo ESAS) die zich in de burelen van Espérance-Longdoz installeert.

Het Congressenpaleis

palais des congrèsphoto A. Leruth
Het Congressenpaleis van de architectengroep Équerre is van 1956. Een aantal belangrijke  kunstenaars werkten eraan mee. De Ravel, Réseau Autonome des Voies Lentes langs de Maas is sinds een aantal jaren afgesloten omdat de prachtige vensterpartij instabiel is door gebrek aan onderhoud. En de parking liep in 2021 onder water en wordt nu gerenoveerd (en betalend)! Ook het hotel werd gebouwd in het kader van de een strategie om kongressen aan te trekken. Deze mayonaise heeft niet gepakt. Het hotel werd onlangs verkocht aan de groep Van der Valck. De lokalen van de RTBf staan leeg. Die zijn verhuisd naar de Mediacité als indirecte steun aan dat winkelproject.

De Aarde en Het Water: een beeldhouwer uit de school van Sint Idesbald

De brug Albert I werd in 1964 ingehuldigd. George Grard maakte De Aarde en Het Water aan de rechtervoet van de brug. Dezelfde Grard maakte ook De Lente voor het Middelheim Museum, een Zittende Vrouw bij de de Nationale Bank in de Berlaimontlaan te Brussel; en De Zee bij het casino te Oostende. Zijn Grote Afrikaanse stond op de Wereldexpo van 1958.

Het monument "Liège à ses enfants morts pour elle »

Aan de overkant van de brug staat het monument "Liège à ses enfants morts pour elle", met negen jaartallen de de Luikse geschiedenis bepaalden: de slag bij Vottem in 1346 (de Luikse Guldensporenslag); de nederlaag van de Hedroits in 1408 (beschreven in Tijl Uilenspiegel van Charles De Coster) en de Luikse revolutie van 1789. Ik schreef over elk van die revoltes een blog (in het Frans).

Dit standbeeld is een dialoog – of liever een ruzie – met het ‘Monument interallié’ van Albert I, op de heuvel van Cointe. De stad Luik weigerde mee te werken aan dit project. Het wilde zich profileren als martelaarsstad met een belfort. Na de tweede wereldoorlog was de eerste frank nog altijd niet uitgegeven en ging het budget naar dit monument. De brug werd naar Albert genoemd. Deze staat onderaan, op een ongezadeld paard. Daar installeerde Daniel Dutrieux in 1991 ook het kunstwerk  ‘L'Arbre et son ombre’. Tien jaar later, op de zonnewende van het jaar 2000, gaven de plaveien achter de bomen de schaduw van de bomen weer op het middaguur. Ze kunnen in braille ook weer als ‘schaduw’ gelezen worden. Daarmee wilde Dutrieux onze collectieve blindheid aanklagen tegenover het klimaat.

Het enige nationaal monument aan de weerstand

De vier beeldengroepen van ‘les Terrasses d’Avroy’ tonen hoe de mens het dier onderwerpt: naast Li Toré hebben wij een os, een getemd paard en een trekpaard.

photo Eduard Van Loo
In het park d’Avroy staat het enige  nationaal monument voor de Weerstand, van de beeldhouwer Louis Dupont, met links de gewapende weerstand, en rechts de intellectuele. Dupont wist waarover het ging: in 1941 werd hij met zijn broer Georges door de Duitsers in de Citadel van Hoei opgesloten.

De Trinkhall

Het park en de boulevards zijn een vroegere Maasarm.

Het nieuwe  Trinkhall museum van 2020 is de opvolger van het MAD museum dat 40 jaar lang de collectie van het Créahm (Création et Handicap Mental) herbergde. Deze vereniging  https://www.facebook.com/CreahmRegionWallonne/  begeleidt mensen met een beperking in een artistiek project dat tot nu toe 4000 kunstwerken produceerde. Het is “kunst aan de grenzen van de kunst”. Een handicap heeft geen specifieke uitdrukkingsvormen. Ze kenmerkt zich door de situatie van individuele of sociale kwetsbaarheid van de auteurs. Het zijn ‘arts situés’. De kunstwerken zijn het resultaat van een complexe omkadering van kunstenaars met een beperking door professionele artiesten die open staan voor hun kwetsbare uitdrukkingsvormen. Het Trinkhall café is een coöperatieve met een sociaal doel. Een ideale gelegenheid voor een hapje en een drankje…

Het Waha atheneum

De feministe Léonie de Waha opende in 1868 een instituut voor secundair onderwijs voor jonge meisjes, iets wat tot dan enkel was voorbehouden aan jongens. Dank zij subsidies van de provincie was

het onderwijs er vanaf 1879 gratis. De toenmalige bisschop excommuniceerde iedereen die met die school te maken had omdat godsdienstonderwijs niet verplicht was. Haar meisjesnaam was Marie Laurence de Chestret de Haneffe.  Waha is nog de naam van haar man.

Het nieuwe lyceum van 1938 is een globaal project van architect Jean Moutschen. 18 kunstenaars werkten er aan mee (schilderijen, gebrandschilderde ramen, mozaïeken). De bas-reliëfs op de gevel zijn van dezelfde kunstenaar als het monument van de weerstand hogerop. Er is een feestzaal van 850 plaatsen, een geluidsdicht zwembad en gymzaal, internaat, laboratoria, een muzieklokaal, en zelfs een schuilkelder voor 1.000 man. De gebouwen zijn zo ingeplant dat de zon er optimaal binnenvalt. Het is dan ook in 1999 terecht geklasseerd als uitzonderlijk erfgoed.

Place Saint Paul: het FGTB en de Sint Pauluskatedraal

De Place Saint-Paul is het kloppend hart van de klassenstrijd in de stad, waar de laatste fabrieken verdwenen eind de jaren 70. Daar organiseert het FGTB zijn 1Mei-feest, op een paar honderd meter van de PS die samenkomt aan de kiosk van het Parc d’Avroy. De Kommunistische Partij en de PVDA hebben hun podium rue Hazinelle nummer 2, juist niet op de place St-Paul, aan de ingang van de Haute Ecole.

In 1948 kopen de Luikse Métallos FGTB daar een herenhuis. Een paar jaar later, tijdens de Koningskwestie, kwam daar  het stakingscomité samen, met syndicalisten zoals André Renard, Robert Lambion, Robert Gillon, en liberalen en communisten. Het nieuw gebouw, toneel van vele concentraties, is van 1975.

De hogeschool die de naam gaf aan de straat was vroeger de Ecole moyenne professionnelle de Demoiselles. In 1874 kocht de stad de grond van mevrouw de Waha. De plannen zijn van dezelfde architect als het atheneum. In de geest van de Congrès  Internationaux  d’Architecture  Moderne bouwde Moutschen in 1960 een functioneel gebouw, een “machine om te onderwijzen”. Naar Le Corbusier die zei dat «une maison est une machine à habiter ».

De vroegere zetel van de Nationale Bank (1968)  is van de groep EGAU (Études en Groupe d'Architecture et d'Urbanisme).

De toren van Saint-Paul

De Sint Pauluskerk, nu kathedraal, was ooit een van de acht kapitelkerken, met hun kannuniken die de basis vormden van de macht van de prinsbisschop. Zij had oorspronkelijk een stompe, lage toren. Na de revoluties van 1789 werden die kapittels ontbonden. Na het concordaat van 1801 kiest de nieuwe bisschop Saint-Paul als kathedraal, aangezien de vroegere, Saint Lambert, letterlijk was gedemonteerd als symbool van de tirannie. Napoleon keurde die afbraak af en in 1811 bouwde men op de stompe toren van Sint Paulus een copie van de grote toren van Sint Lambert. De stenen kwamen van de ruines van de vroegere kathedraal.

La Cité Miroir en de Territoires de la Mémoire

Wij gaan door de winkelwandelstraten naar Cité Miroir, een initiatief van de Territoires de la Mémoire vzw en het Centre d’Action Laïque. Sinds 1938 was dit het stedelijk zwembad, in Art Deco stijl. Het bad zelf was op de derde verdieping; op de begane grond was een busstation. Na de sluiting werd in de jaren negentig de afbraak overwogen. De structuur is bewaard en men heeft er een concertzaal, een boekhandel, conferentie- en tentoonstellingsruimten ingewerkt.

Er zijn twee permanente tentoonstellingen “In strijd: geschiedenis van de emancipatie” over de arbeidersstrijd, en “Nooit meer” over de deportaties naar de nazi-kampen

De Sauvenière

De filmzaal Sauvenière is de kers op de taart van de vzw Les Grignoux (de grommelaars), een telg van mei 68. De vzw neemt die naam aan in 1976, als protest tegen het nieuwe elitaire cultureel centrum dat “les Chiroux” gedoopt werd. Zo noemden zich de adel en de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders in de 16de en 17de eeuw.

In1982 beginnen zij iedere vrijdag een film te vertonen in een bedreigde wijkcinema in de probleemwijk Droixhe. Uiteindelijk nemen zij de hele zaal over.  Toen Kinépolis zich in 1993 in Rocourt wil inplanten (een bedreiging voor de zalen in het centrum) haalt de vsw met een petitie 20.000 handtekeningen op en vraagt aan de Franstalige Gemeenschap om in de Churchill drie filmzalen te mogen uitbaten. De Grignoux betalen de verbouwingen: een soort publiek-private samenwerking (PPS), maar dan in omgekeerde zin.

Toen de Médiacité 20 filmzalen wil lanceren met zijn project Médiaciné (in de Médiacité) zijn de  Grignoux met hun 4 zalen opnieuw in gevaar. Na een nieuwe petitie met  50.000 handtekeningen  bouwt de  Communauté Française met Europese steun Le Sauvenière in 2008. De vzw zorgt voor de uitbating.

Het Gat van de Place Saint Lambert

de bouwput 1981
Op de place Saint Lambert stond tot 1792 een van de grootste kathedralen van West Europa. De Luikse revolutionairen besloten deze kathedraal af te breken als symbool van de tirannie. De ijzeren zuilen symboliseren de pilaren van Saint Lambert. In de Boverie hangen de schilderijen van Leonard Defrance die deze « demontage » heeft geleid.

Op het einde van de golden sixties werd de place Saint Lambert een immens gat. Een autostrade moest de wagens tot in het stadscentrum brengen. Toen deze folie van ‘alles in dienst van de auto’ over was, was het was alsof een tapijtbombardement de stad in twee had gesneden. Place de la République, Place de l’Opéra, Place Saint Lambert, Place du Marché vormden een immens plein met in het midden een bouwput. Nu nog zijn de wonden niet helemaal geheeld en discuteert men over een nieuwe afscheiding tussen Saint Lambert en Place du Marché. En morgen zal het verkeer zich moeten aanpassen aan de tram.

Het perron: een schandpaal

Het Perron, op de Place du Marché, was het symbool van de rechterlijke macht van de prinsbisschop. Het was oorspronkelijk een schandpaal. Wij zouden de eeuwenlange geschiedenis van de revoltes aan dit perron kunnen ophangen.

De drie Gratiën bovenop zijn van de plaatselijke barokkunstenaar Del Cour. De oorspronkelijke versie staat in de Curtius, iets verder in de rue Féronstrée. De naoorlogse communistische schepen van cultuur beitelde de versie die nu vervangen is door een nieuw exemplaar in Carara marmer.

In de Rue Hors Château verwijzen de 374 trappen van de Montagne de Bueren naar de leider van de 600 Franchimontezen, in 1468. Hij zou langs die trappen naar boven geklommen zijn in de hoop Karel de Stoute te verrassen die de stad belegerde (en later platbrandde).

Maar in feite dateren die trappen van1875. Men gaf er zich na de Commune van Parijs rekenschap van dat de duizend soldaten die boven in de Citadel de stad bewaakten – en niet beschermden - nooit heelhuids in de stad zouden geraken langs de Rue Pierreuse. In Parijs hadden de soldaten dakpannen naar hun hoofd gekregen toen ze de barricades proberen op te ruimen. De rue Pierreuse heeft een cultureel centrum dat zich “Barricade” noemt.

De beluiken

impasse de l'Ange 1900

In 1905 schreef Félix Paulsen, journalist bij Le Peuple, « Liège pittoresque et industriel ». Hij beschrijft er het beluik Venta, “een krottenstraatje, met een open riool in het midden van het straatje. De zon valt nooit op de vochtige kasseien van die gang die niet breder is als een mijngang».

In die beluiken huisden onder andere de metaalbewerkers van de ateliers van Féronstrée. In die strée= straat van de ferronniers staat de ‘Sculpture Publique d'Aide Culturelle’ van Alain Declerck (SPAC verwijst naar CPAS ofte het OCMW); Het is een soort parkeermeter. Bij elke bijdrage gaat een vlam aan bovenaan het kunstwerk. De sponsor A.L.G., de Luikse gasmaatschappij, legt daar nog eens zoveel bovenop om kunstwerken te kopen van beginnende kunstenaars.

1983 : het gemeentepersoneel op la « dalle »

 

In de golden sixties werd de wijk Saint Georges platgegooid voor de stadsadministratie. Ondertussen is het gebouw aan een renovatie toe. Op de binnenkoer ligt “la dalle” die in 1983 gedurende drie maand het verzamelpunt was van het stadspersoneel.  Luik was virtueel failliet. De vuilnis bleef weken op straat staan. Het groen-rode gemeentebestuur legt een drastisch besparingsplan op: in 1981 had Luik 7914 personeelsleden; daarvan blijven er in 2008 3043 over, waarvan 44% statutairen (84% in 1981).

Rue de la Régence : La Wallonie

La Wallonie 1925

Dit is zowat het eindpunt van onze wandeling. Wij gaan langs La Batte met zijn mooie zondagsmarkt  naar de Place Cockerill waar wij de navette fluviale nemen die ons terugbrengt naar de Guillemins. Die navette vaart enkel in het toeristisch seizoen.

Onderweg passeren wij nog de rosse buurt tussen de Maaskaaien en de rue Cathédrale die in 1991 op een paar maand tijd opgedoekt is. Dertig jaar later komen eindelijk een aantal projecten van stadsvernieuwing van de grond.

Wij passeren in de Rue de la Régence de vroegere zetel van het  dagblad La Wallonie, nu politiekantoor. La Wallonie was begonnen in 1903 als het officieel orgaan van de Luikse Werkliedenpartij POB van In 1919 was het Brusselse Le Peuple een Luikse antenne begonnen, die in 1920 herdoopt wordt in ‘La Wallonie Socialiste’. Het gebouw werd in 1922 verbouwd door de heel productieve architect Jean Moutschen.  Het laatste nummer verscheen op 23 maart 1998.

Het Hôtel des Postes van 1890 is van de architect Edmond Jamar. Het gebouw is neogotisch maqar Jamar gebruikte moderne technieken zoals beton en een stalen structuur. In de nissen staan de verschillende ambachten. De neogotiekers  droomden van een maatschappij waarin meesters en gezellen zonder klassenstrijd in gilden georganiseerd waren. Deze neogotiek is kenmerkend voor de periode van absolute katholieke meerderheid van 1884 tot 1918.

De Post sloot het gebouw in 2002. Na vijf mislukte projecten  nam het provinciaal agentschap voor economische ontwikkeling SPI+ het heft over. Nu is het een ruimte voor creatieve bedrijven, met 200 plaatsen voor de coworking, 8000 m2 bureaus, een food market, une mini-brouwerij, vergaderzalen en een panoramisch terras met zicht op de Passerelle. Die voetgangersbrug dateert van 1880. In 1960 moesten soldaten het werkvolk van Outremeuse uit de stad houden..

Mijn blogs over wandelingen in Luik

http://huberthedebouw.blogspot.be/2016/12/wandeling-door-de-vurige-stede-luik-van.html

in het Frans

http://hachhachhh.blogspot.be/2017/03/saint-leonard-une-balade-sur-le-theme.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2017/01/balade-de-la-boverie-la-place-saint.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2017/01/balade-cite-ardente-des-guillemins-la.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2015/10/balade-du-comite-des-patients-de-la.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2014/03/balade-liege-des-revoltes-les-braises.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2014/02/balade-sur-les-coteaux-de-vivegnis-des.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2014/03/sur-les-flancs-du-publemont-le-faux.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2013/12/le-bal-liege-un-defi-urbanistique.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2013/04/quel-avenir-pour-larcheoforum-de-liege.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2014/03/au-pied-des-coteaux-un-texte-de-lorca.html

http://hachhachhh.blogspot.be/2013/12/simenon-citoyen-du-monde-et-doutremeuse.html Over de impasses van Hors Chateau

http://hachhachhh.blogspot.be/2018/01/les-impasses-de-hors-chateau-en-1900.html

 

Aucun commentaire: